David: ‘En toen zei ik dat het mij niks had uitgemaakt of ik onder die auto terecht was gekomen.’

 

David (14) zit op de havo, in de tweede. Op de computer speelt hij graag Poker en via z’n IPod met dockstation luistert hij vaak naar Owl City en House. Hij is supporter van Feyenoord en zit er niet zo mee dat het met z’n club momenteel niet zo lekker loopt. David: ‘Het is wel vaker zo gegaan. Weet toch dat het weer goed komt.’ Met David is het ook goed gekomen. In groep 7 en 8 was hij depressief en had hij last van dwang.

 

Nooit op tijd klaar

‘Ik was 10 of 11. Alles moest perfect zijn. We schreven op school met vulpen. Als een lijntje een beetje dun in m’n schrift kwam, ging ik er nog een keer overheen. Ook bij rekenen en bij tekenen. Niets mocht wit zijn. Daardoor kreeg ik mijn werk nooit op tijd af. Ook mijn toetsen niet. M’n lerares kreeg in de gaten dat er iets mis was. Ze ging er over praten met m’n ouders. M’n vader herkende het. Aan al die dikke lijntjes. Hij heeft er namelijk ook last van.

Ongelukkig op de basisschool

Er waren nog meer dingen, waar David last van had. Hij was extreem bang in het donker en tikte altijd alle muren aan. Twee keer. Als hij het per ongeluk drie keer deed, kwam er nog een keertje bij. ‘Het moest deelbaar zijn door twee. Als ik het niet deed zouden m’n ouders verongelukken, of m’n zus. Auto-ongeluk. Mijn schuld!’

Z’n ouders kaartten het aan bij de huisarts. Die stuurde David door naar het Curium (Academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie van het LUMC). Terwijl hij daar op de wachtlijst stond was hij bijna slachtoffer van een verkeersongeluk. ‘En toen zei ik dat het mij niks had uitgemaakt of ik onder die auto terecht was gekomen. Toen hebben ze het Curium gebeld en kon ik er de volgende dag al terecht.’

Kleine stapjes

Na uitgebreid onderzoek werd David behandeld. In het begin elke week een keer, onder schooltijd. David vond het erg zwaar, vooral de oefeningen voor die dwang bij het schrijven. ‘Haken’ noemde hij dat. Z’n behandelaar gaf hem elke keer opdrachten mee voor thuis. ‘Ze stonden op een groen blaadje. Eén regel niet haken. Later werd het twee regels, drie regels. Op z’n laatst een heel blad.’ David leerde dus stapje voor stapje om door te schrijven. Zonder de, volgens hem, te dunne lijntjes nog eens over te doen. ‘Dat was best wel pittig. Vooral die eerste regel. Ik moest het wel 30 keer proberen voor het in één keer lukte.’

‘Tot niet ziens’

De behandeling duurde zo’n twee jaar. Op z’n laatst was het nog maar een keer in de maand. Toen hij afscheid nam grapte z’n behandelaar: ‘Tot niet ziens.’ En dat lijkt aardig uit te komen. Angst en dwang kent hij niet meer. En hij schrijft nu los. ‘Toen ik het haken had afgeleerd wilde ik een ander handschrift. Het zag er niet meer uit.’ Aan het eind van groep 8 heeft hij alle spullen van de basisschool verbrand, in het haardvuur. ‘Had ik zin in, met een schone lei naar de havo.’ Daar gaat het helemaal naar wens. David: ‘Alleen Duits en Frans liggen me niet zo. Maar voor Duits heb ik nu een voldoende. Voor Frans nog net niet, maar dat komt ook wel goed.’